ACVZ zet vraagtekens bij ‘afschaffing’ discretionaire bevoegdheid

De ACVZ realiseert zich dat de afschaffing van de algemene discretionaire bevoegdheid onderdeel uitmaakte van een deal waarin een politieke oplossing werd gevonden voor het kinderpardon, maar brengt op eigen initiatief dit advies uit over de mogelijke juridische implicaties van de afschaffing.

Het kabinet heeft per 1 mei 2019 de discretionaire bevoegdheid afgeschaft. De ACVZ heeft hier haar twijfels bij. Zij vraagt zich af of nu bij vervolgaanvragen alle individuele aspecten mee worden genomen. De ACVZ raadt daarom aan om op basis van onderzoek beleidswijzigingen door te voeren.

De afschaffing beoogt een beperking van de bevoegdheid tot de eerste procedure voor een verblijfsvergunning. De adviescommissie betwijfelt of de staatssecretaris op juridisch juiste wijze aan haar verantwoordelijkheid invulling kan geven als internationale verplichtingen daartoe nopen.

De discretionaire bevoegdheid wordt per 1 mei uitgeoefend door de hoofddirecteur IND, maar die tekent ‘namens de staatssecretaris’. Dit betekent dat de staatssecretaris uiteindelijk toch verantwoordelijk blijft voor en aanspreekbaar is op de wijze waarop die bevoegdheid wordt gebruikt.

De wetstekst beperkt de discretionaire bevoegdheid tot de besluitvorming in eerste aanleg. Dat zou een definitieve oplossing bieden als iedereen wiens verzoek wordt geweigerd ook daadwerkelijk vertrekt. Maar als mensen hier lang blijven hangen, kunnen de omstandigheden in hun land van herkomst of ten aanzien van hun persoon zich zo wijzigen dat een tweede – of zelfs volgende – aanvraag wordt ingediend. Dit zal toch weer integraal moeten worden beoordeeld, met inachtneming van internationale verdragen en jurisprudentie. Dat brengt de schrijnende omstandigheden toch weer binnen.

Advies over afschaffing discretionaire bevoegdheid

Nadere informatie over dit advies: David de Jong (06-46840910) d.j.de.jong@acvz.minjenv.nl