Advies Rijkswet op het nederlanderschap (RWN)

Volledige versie

Memorie van toelichting Ingetrokken

‘Allereerst wordt de reeds bestaande afstandverplichting verscherpt. Bij verkrijging van het Nederlanderschap dient afstand te worden gedaan van een of meer andere nationaliteiten waarvan afstand gedaan kan worden.’ De ACVZ verwijst hier naar haar advies uit 2008, ‘Nederlanderschap in een onbegrensde wereld. Advies over het Nederlandse beleid inzake meervoudige nationaliteit’.

– Dit advies is mede gestoeld op een voorstudie van G.R. de Groot en M. Vink, ‘Meervoudige nationaliteit in Europees perspectief’. Uit het cijfermateriaal over de periode 1998-2006 dat in de voorstudie is gepubliceerd, wordt duidelijk dat gemiddeld slechts ongeveer een derde van de personen die tot Nederlander is genaturaliseerd daadwerkelijk afstand heeft kunnen doen van zijn vorige nationaliteit.
– Het is aannemelijk dat dit voor de optieprocedure niet anders zal zijn. Zoals boven aangegeven leidt de algemene tendens van globalisering en migratie in Europa eerder tot een groeiende acceptatie van een dubbele of meervoudige nationaliteit, mede omdat dat feitelijk eerder regel dan uitzondering is.
– In de gevallen waarin de afstandsverplichting wordt verscherpt lijkt het te gaan om vreemdelingen waarvan Nederland het hoofdverblijf is. In veel gevallen zullen deze mensen blijvende persoonlijke en economische banden en bezittingen hebben of kunnen verkrijgen (bijv. uit erfenis) in het land van herkomst. De ACVZ is van mening dat voor deze groep mensen een uitzondering wenselijk is.