Wetsadvies vaststellingsprocedure staatloosheid

Volledige versie

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken op 28 september 2016 om advies gevraagd over het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid.

wetsvoorstel en memorie van toelichting.

Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan een eerdere toezegging van het kabinet om een procedure voor de vaststelling van staatloosheid in te richten.

De adviescommissie waardeert het dat de vaststellingsprocedure een wettelijke basis krijgt en stelt in dit advies nog een aantal wijzigingen voor met betrekking tot dit wetsvoorstel.

De commissie is onder andere van oordeel dat met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid sprake dient te zijn van een gesloten rechtsstelsel. De rechter die belast is met de vaststelling van staatloosheid – de vaststellingsrechter – zou daartoe exclusief de bevoegdheid moeten krijgen om zich over staatloosheid uit te laten. Dit kan bereikt worden door wettelijk te regelen dat een andere rechter dan de vaststellingsrechter – indien het in enige aan hem voorgelegde zaak onzeker is of de belanghebbende staatloos is en indien het voor het oordeel in de aanhangige zaak van belang is – een verzoek indient bij de vaststellingsrechter tot vaststelling van de staatloosheid van belanghebbende.

De adviescommissie heeft eerder geadviseerd om aan de vaststelling van staatloosheid de verlening van een verblijfsvergunning te koppelen. Afgezien daarvan is de commissie van oordeel dat de vaststelling van staatloosheid een omstandigheid betreft die van essentieel belang kan zijn in de buitenschuldprocedure. Staatloosheid kan immers een belemmering vormen voor terugkeer naar een land van herkomst of een land van eerder verblijf. Als dit van belang kan zijn voor de uitkomst van de buitenschuldprocedure, dient de uitkomst van de vaststellingsprocedure te worden afgewacht. De adviescommissie is van mening dat de relatie tussen beide procedures thans onvoldoende tot uitdrukking komt en beveelt aan om de tekst van de memorie van toelichting op dit punt aan te vullen.

Voor de overige aspecten die in het wetsadvies worden benoemd, wordt verwezen naar de volledige tekst van het advies.

Zie ook:

– Beleidsadvies (2013)  ‘Geen land te bekennen’ Een advies over de verdragsrechtelijkebescherming van staatlozen in Nederland.

– Discussiestuk (2015)  Vaststellingsprocedure staatloosheid  waarin de ACVZ  een aantal uitgangspunten voor een dergelijke procedure bij elkaar heeft gezet zoals die door een groep van experts zijn geformuleerd.