Jaarverslag 2013

VOORWOORD

Geachte lezer,

Dit jaarverslag staat in het teken van de doorwerking van adviezen. Wat zijn de effecten geweest van de adviezen die de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) heeft uitgebracht? De eerste effecten hoop ik met dit jaarverslag duidelijk te maken. Parallel aan dit jaarverslag wordt ook de vierjaarlijkse externe evaluatie van de ACVZ gepubliceerd waarin deze doorwerking centraal staat.

2013 is een prima jaar geweest voor de ACVZ. Met name de beleidsadviezen waren goed zichtbaar en hebben duidelijk effect gehad. De adviezen over vreemdelingenbewaring, dagbesteding voor vreemdelingen in de opvang en het advies over het buitenschuldbeleid hebben kabinetsreacties opgeleverd waaruit bleek dat een behoorlijk aantal aanbevelingen wordt overgenomen. Daarnaast hebben deze adviezen geleid tot de nodige maatschappelijke en politieke discussies. Het advies over het buitenschuldbeleid was daarbij zonder twijfel de ‘publiekstrekker’.

De profilering van de ACVZ is met deze publieke aandacht verder vergroot, en daar streeft de adviescommissie ook heel bewust naar. Juist in een tijd waarin een toenemend aantal informatiebronnen, consultatie- en adviesprocedures bestaan, is het voor de ACVZ van belang om de onafhankelijke adviescommissie te blijven die streeft naar kwaliteit, volledigheid, objectiviteit en deskundigheid.

Alleen met een verdere uitbouw en verfijning van haar adviesrol kan de adviescommissie ook in de toekomst meerwaarde blijven hebben, maatschappelijk relevant zijn en draagvlak verkrijgen voor een verdere verbetering van het vreemdelingenbeleid en het vreemdelingenrecht. In dat kader ben ik ook heel blij met de drie nieuwe leden die in 2013 zijn benoemd. Conny Rijken, Petra Stienen en Joanne van der Leun brengen ieder vanuit hun eigen expertise meerwaarde in bij de ACVZ. Hoe ze dat doen laten ze weten in hun korte introducties verderop in dit jaarverslag.

Ook praktisch gesproken heeft de ACVZ in het afgelopen jaar de adviezen en de aanbieding daarvan meer op de voorgrond gezet met behulp van persconferenties en interviews. Er is daarnaast geïnvesteerd in de contacten met verschillende instanties, organisaties en personen die te maken hebben met vreemdelingenzaken. Verder is onze website vernieuwd en toegankelijker gemaakt. Uit de externe evaluatie van de ACVZ blijkt dat de kwaliteit van de advisering door de buitenstaanders als goed wordt ervaren. Dat is mooi. Maar ook blijkt dat meer aandacht mag worden besteed aan de nazorg van de adviezen. Daarom zal het intensiever informeren van de buitenwacht over de adviezen en het bijhouden van de effecten van de adviezen in de komende periode centraal staan, een doelstelling waar ik als voorzitter van de ACVZ graag mee aan de slag ga.

Adriana van Dooijeweert,
Voorzitter ACVZ

NIEUWE LEDEN

Petra Stienen, commissielid sinds 1 april 2013

stienenMensenrechten, asiel en vreemdelingenzaken zijn thema’s die als een rode draad door mijn diplomatieke loopbaan liepen. Ook nu ik zelfstandig adviseur ben op het gebied van diversiteit, diplomatie en mensenrechten blijf ik deze onderwerpen met veel belangstelling volgen. Ik wil mijn inzichten en ervaringen uit de internationale diplomatie en kennis van het Nederlandse debat graag in de context van de ACVZ inzetten.

Want ik zie een urgentie in het werk van de ACVZ. De adviezen van deze commissie kunnen bijdragen aan het in stand houden van een goed en rechtvaardig systeem voor de rechtsbescherming van vreemdelingen en asielzoekers. Daarbij vind ik dat Nederland het aan zichzelf en aan de wereld verplicht is een belangrijke voortrekkersrol te spelen in het verkrijgen en handhaven van respect voor het internationale recht. Niet alleen omdat het in onze grondwet staat, maar vooral omdat het een waarde is die het leven van velen draaglijker zal maken.

Voor mij is de ACVZ een plek waar op basis van kennis, kunde, expertise van diverse adviseurs uit de geledingen van de Nederlandse samenleving en goede voelsprieten voor het maatschappelijke debat adviezen worden geschreven die juist dat internationale recht en de menselijke waardigheid willen eren. Hierbij gaat mijn bijzondere aandacht uit naar onderwerpen op het snijvlak van het internationale recht en internationale diplomatie zoals terugkeer van vreemdelingen en afgewezen asielzoekers en mensenrechten van ongedocumenteerden, migranten en vreemdelingen in ons eigen land.

Conny Rijken, commissielid sinds 1 april 2013

stienenOoit begon ik mijn loopbaan als jurist bij de IND, alwaar de steeds terugkerende en sterk op elkaar lijkende verhalen mij nieuwsgierig maakten naar de wereld van mensensmokkel en mensenhandel die daar mogelijk achter schuilging. Het schrijven van mijn proefschrift was dan ook een uitgelezen kans om nader onderzoek te doen naar dergelijke praktijken, wat is uitgemond in een onderzoek naar mensenhandel in de Europese context.

Migratierecht is geen eendimensionaal terrein maar wordt beïnvloed door het Europees recht, het internationaal recht, mensenrechten, sociaal recht en soms ook door het strafrecht. Het combineren van deze verschillende dimensies en dit vertalen naar de concrete betekenis voor wetgeving en beleid, met oog voor de mensenrechtelijke aspecten, maakt het werk van de ACVZ boeiend en waardevol.

Ondanks het multidisciplinaire karakter van het migratierecht is de invloed van het Europees recht het meest direct en meest voelbaar. De migratierechtelijke aspecten die voortvloeien uit het vrij verkeer van werknemers en diensten, het werk van FRONTEX in relatie tot internationale bescherming, irreguliere migratie, en de beperkte mogelijkheden voor legale migratie voor sommige groepen, vereisen een voortdurende alertheid vanuit een kritische en mensenrechtelijke invalshoek. Ik ben trots dat ik als lid van de ACVZ daar een bijdrage aan mag leveren.

Joanne van der Leun, commissielid sinds 1 september 2013

leunAls hoogleraar criminologie aan de universiteit Leiden doe ik onderzoek naar migratie en criminaliteit. Crimmigratie- het verweven raken van criminaliteitsbeleid en migratiebeleid – is een van de thema’s waar mijn bijzondere interesse naar uitgaat. Door de jaren heen heb ik ook gekeken naar illegaal verblijf (in mijn promotieonderzoek in de sociologie), multi-etnische wijken, mensenhandel en ondernemerschap van migranten. Op die manier ben ik ook veelvuldig in aanraking gekomen met aspecten en gevolgen van migratiebeleid. Soms zijn die bedoeld, maar vaak ook onbedoeld.

Hoewel mijn wetenschappelijke onderzoek bij tijd en wijle zeker is opgemerkt binnen de wereld van politiek en beleid, zie ik het als een betekenisvolle stap dat ik nu deel mag uitmaken van de ACVZ. Ik hoop daarmee op een meer directe manier bij te dragen aan beleidsadvisering. Illegaal verblijf en migratiecontroles hebben mijn bijzondere aandacht.

Waar ik criminologisch onderzoek vooral interessant vind als de onderzoeker ook echt gaat kijken naar de verschijnselen die hij of zij bestudeert, moet ook beleid goed aansluiten bij de dagelijkse werkelijkheid. Soms is daar onderzoek voor nodig. Met mijn brede ervaring met kwalitatieve en kwantitatieve methoden en technieken zal ik meedenken over de manier waarop deze studies worden opgezet en vervolgens weer vertaald naar de advisering.

Adviezen over beleid worden niet altijd overgenomen. Sterker nog, op een gevoelig terrein als het vreemdelingenbeleid worden ze niet altijd gewaardeerd. Maar de ACVZ heeft inmiddels een serieuze positie opgebouwd in het veld. Juist in een woelig en omstreden beleidsterrein als dat van de ACVZ is een onafhankelijk adviesorgaan cruciaal.

UITGEBRACHTE ADVIEZEN 2013

BELEIDSADVIEZEN

Verloren tijd. Advies over dagbesteding in de opvang voor vreemdelingen (22 maart 2013) Lees meer

Briefadvies verhoging leeftijdsvereiste Nederlandse referent naar 24 jaar (3 april 2013) Lees meer

Vreemdelingenbewaring of een lichter middel? Advies over de besluitvorming bij inbewaringstelling van vreemdelingen (29 mei 2013) Lees meer

Waar een wil is, maar geen weg. Advies over de toepassing van het beleid voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet zelfstandig uit Nederland kunnen vertrekken (1 juli 2013) Lees meer

Geen land te bekennen. Een advies over de verdragsrechtelijke bescherming van staatlozen in Nederland (4 december 2013) Lees meer

WETSADVIEZEN

Advies aanscherping glijdende schaal (29 januari 2013) (nog niet openbaar)

Advies biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen (25 februari 2013) Lees meer

Advies regeling langdurig verblijvende kinderen (26 februari 2013) Lees meer

Advies gezinsmigratie van ongehuwde partners (3 april 2013) Lees meer

Advies verlenging naturalisatietermijnen en uitbreiding openbare ordetoets minderjarigen (23 mei 2013) Lees meer

Advies ontnemen en verlies Nederlanderschap bij terroristische activiteiten (10 oktober 2013) (nog niet openbaar)

Advies implementatie herziene Dublinverordening (EU nr. 604/2013) (3 december 2013) Lees meer

Verloren tijd

Advies over dagbesteding in de opvang voor vreemdelingen

Uitgebracht op 22 maart 2013

Onderzoek toont aan dat er in de opvang nauwelijks mogelijkheden zijn om activiteiten te ondernemen waardoor er negatieve gevolgen ontstaan voor de gezondheid van vreemdelingen én voor de effectiviteit van het beleid.
De ACVZ adviseert om tijdelijk een aantal maatregelen te nemen waardoor vreemdelingen meer activiteiten kunnen gaan ondernemen in de opvang.
Lees advies (PDF)

Kabinetsreactie

Naar aanleiding van dit advies gaat het kabinet kijken naar mogelijkheden voor asielzoekerscentra om meer inzet van reeds beschikbare voorzieningen en mogelijkheden te krijgen, zonder dat dit tot extra investeringen leidt. In een pilot zal verder worden nagegaan of het activeren van vreemdelingen bijdraagt aan het stimuleren van zelfstandige terugkeer.
Lees kabinetsreactie (PDF)

Overige reacties

Dagblad Trouw geeft aan dat het Nederlandse asielbeleid er bij gebaat is als de dagbesteding van asielzoekers flink wordt verbeterd. Ook de Volkskrant richt zich op de bevinding van de ACVZ dat het gebrek aan dagbesteding de (psychische) gezondheid van de asielzoekers schaadt. De NOS bericht dat asielzoekers veel te weinig te doen hebben in de opvangcentra en daardoor passief worden en hun gezondheid zo achteruit gaat. Op Nu.nl wordt gemeld dat het sluimerbestaan dat veel asielzoekers voeren hen passief maakt.
Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft vrijwel direct na het uitbrengen van het advies de bevindingen van de ACVZ omarmd en er werk van gemaakt. Ook de NOS bericht over deze ontwikkelingen bij het COA.

Briefadvies ‘Verhoging leeftijdsvereiste Nederlandse referent naar 24 jaar’

Uitgebracht op 3 april 2013

De door het kabinet voorgestelde verhoging van het leeftijdsvereiste voor de Nederlandse referent naar 24 jaar bij gezinshereniging is volgens de ACVZ geen effectieve maatregel. Hij is niet noodzakelijk om de gestelde doelen te bereiken en is disproportioneel omdat de maatregel betrekking heeft op slechts een beperkte groep personen met de Nederlandse nationaliteit.
Lees advies (PDF)

Kabinetsreactie:
Uit het verslag van het schriftelijk overleg van 25 april 2014 blijkt dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de Tweede Kamer heeft laten weten dat zowel de Europese Commissie als de ACVZ hebben aangegeven dat verhoging van het leeftijdsvereiste voor situaties waarin een Nederlander als referent optreedt een niet te rechtvaardigen onderscheid zou inhouden en bovendien niet effectief en proportioneel zou zijn. De staatssecretaris stelt verder dat hij deze adviezen ter harte heeft genomen.
Lees kabinetsreactie (PDF)

Overige reacties
De NOS en Nu.nl berichten over de aanbeveling van de ACVZ dat de leeftijdsgrens voor het halen van een partner uit een niet EU-land 21 jaar moet blijven aangezien er volgens de ACVZ geen bewijs is dat leeftijd een rol speelt bij het voorkomen van schijnhuwelijken of gedwongen huwelijken.

Vreemdelingenbewaring of een lichter middel?

Advies over de besluitvorming bij inbewaringstelling van vreemdelingen.

Uitgebracht op 29 mei 2013

De ACVZ adviseert om vreemdelingenbewaring uitsluitend toe te staan als uiterste middel en alleen zolang er daadwerkelijk zicht is op vertrek en er een reëel risico bestaat dat de vreemdeling zich tijdens een vertrekprocedure zal onttrekken aan het toezicht van de overheid. Uit het onderzoek is gebleken dat in de praktijk de kennis, tijd en middelen ontbreken om te waarborgen dat het opleggen van vreemdelingenbewaring alleen in dit soort uiterste gevallen plaatsvindt. De ACVZ doet daarom aanbevelingen die ertoe kunnen leiden dat een Hulpofficier van Justitie in de praktijk voldoende kennis en mogelijkheden heeft om zijn beslissing goed te kunnen voorbereiden. Daarnaast stelt de commissie maatregelen voor waarmee kan worden verzekerd dat bewaring slechts als uiterste middel wordt toegepast en niet langer voortduurt dan gerechtvaardigd is. Ten slotte spoort de commissie de staatssecretaris aan om door te gaan met het ontwikkelen van alternatieven voor bewaring en maatregelen te nemen om de bestaande begeleiding van vreemdelingen tijdens vertrekprocedures verder te verbeteren.
Lees advies (pdf)

Kabinetsreactie
De staatssecretaris neemt een groot aantal van de aanbevelingen van de ACVZ (gedeeltelijk) over en een enkele wordt nog nader onderzocht. Zo wordt de aanbeveling overgenomen om de functie van Hulpofficier van Justitie in vreemdelingenzaken te erkennen als een specialisme met daarbij behorende opleidingseisen. Ook de aanbeveling om in het beleid het uitgangspunt op te nemen dat vreemdelingenbewaring een uitzonderingsmaatregel is, wordt overgenomen. Verder wordt de aanbeveling overgenomen om de regievoerder van de Dienst Terugkeer & Vertrek regelmatig te laten vaststellen of de bewaring in een lichtere maatregel kan worden omgezet en dat bij voortduring van de bewaring alle betrokken belangen na drie maanden opnieuw worden afgewogen. Echter dit wordt niet als uitgangspunt in beleidsregels vastgelegd.
Lees kabinetsreactie (pdf)

Overige reacties
NRC en de Volkskrant geven aan dat de ACVZ in haar kritische rapport constateert dat vreemdelingen te snel en te lang worden opgesloten in vreemdelingendetentie. Deze opsluiting gebeurt op basis van onbetrouwbare of onvolledige informatie en alternatieven voor vreemdelingendetentie worden te weinig benut. Dagblad Trouw meldt dat de overheid aanzet tot vreemdelingendetentie en de politie gestimuleerd wordt om zoveel mogelijk mensen vast te zetten. De NOS meldt dat het ACVZ advies aangeeft dat vreemdelingen vaak onnodig worden opgesloten. In een Nieuwsbericht van de rijksoverheid van april 2014 wordt aangeven dat in het jaar 2013 het aantal vreemdelingen in detentie met een derde is afgenomen ten opzichte van het jaar daarvoor (3670 in 2013, 5420 in 2012).
NOS, Nieuwsuur en EenVandaag hebben eveneens aandacht besteed aan het advies.

Waar een wil is maar geen weg

Advies over de toepassing van het beleid voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet zelfstandig uit Nederland kunnen vertrekken

Uitgebracht op 1 juli 2013

Het buitenschuldbeleid is volgens de ACVZ onduidelijk en daardoor bestaat er gevaar voor willekeur. Dit beleid moet preciezer worden geformuleerd en duidelijker worden toegelicht. De ACVZ heeft onder andere de juridische voorwaarden voor een buitenschuldvergunning, de te volgen procedures en de hoeveelheid verleende vergunningen onderzocht. Aanbevolen wordt:

De werkwijze die de IND sinds 2011 toepast te beëindigen. In plaats daarvan zou de IND buitenschuldaanvragen inhoudelijk moeten beoordelen als de vreemdeling de leges voor indiening van de aanvraag heeft betaald en zijn aanvraag niet kennelijk ongegrond is.
Afbakening van de voorwaarde dat sprake moet zijn van een samenhangend geheel van feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat sprake is van een buitenschuldsituatie, door aan te geven wanneer in ieder geval sprake is van een dergelijke situatie en uit te werken wanneer een buitenschuldsituatie niet wordt aangenomen.
Verlening van een buitenschuldvergunning als een jaar na indiening van de aanvraag voor een (vervangend) reisdocument bij de autoriteiten van het land van herkomst nog geen reactie van die autoriteiten is ontvangen en dit de vreemdeling niet te verwijten valt.
Lees advies (PDF)

Kabinetsreactie
De staatssecretaris ziet het door de ACVZ uitgevoerde onderzoek als breed en gedegen en daardoor als zeer nuttig en bruikbaar. De meeste aanbevelingen die de ACVZ doet worden geheel of gedeeltelijk overgenomen. De staatssecretaris betreurt dat onder de gesprekspartners geen diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland zijn opgenomen. Hierdoor blijft het proces rond de afgifte van reisdocumenten en de cruciale rol die de vertegenwoordigingen daarin spelen volgens hem onderbelicht. Wat de discussie over de eventuele verruiming van het buitenschuldbeleid betreft, wijst hij erop dat de ACVZ onderschrijft dat het buitenschuldbeleid niet is bedoeld voor zogeheten ‘niet uitzetbare illegalen’, en dat de commissie tevens het uitgangspunt van het terugkeerbeleid en de kern van het buitenschuldbeleid onderschrijft. Ook stelt hij vast dat de commissie heeft geconstateerd dat daar waar het de uitkomsten van de gevoerde procedures betreft, de toepassing van het beleid in lijn is met de doelstelling van de wettelijke regeling. Op 3 oktober 2013 werd een algemeen overleg in de Tweede Kamer gehouden over enkele ACVZ adviezen waaronder ook het advies over het buitenschuldbeleid.
Lees kabinetsreactie (PDF)

Enkele overige reacties
NRC Next meldt dat, tegen de wens van de PvdA-fractie in, het kabinet het buitenschuldbeleid niet hoeft te verruimen volgens het ACVZ advies. Ook in een ander artikel beschrijft NRC Next het politieke twistpunt dat het buitenschuldbeleid voorstelt. De Volkskrant bericht in een eerste artikel over het advies dat het buitenschuldbeleid volgens de ACVZ niet hoeft te worden uitgebreid. In een tweede Volkskrantartikel wordt gewezen op de aanbeveling van de ACVZ dat de overheid zich duidelijker en ruimhartiger moet opstellen tegenover uitgeprocedeerde asielzoekers die buiten hun schuld niet terug kunnen naar hun land van herkomst. Rtl nieuws meldt dat volgens de PvdA het beleid wel veranderd moet worden. VluchtelingenWerk Nederland reageert in september 2013 op het ACVZ rapport met een eigen publicatie getiteld ‘Als terugkeer niet mogelijk is’.

Advies ‘Geen land te bekennen’

Een advies over de verdragsrechtelijke bescherming van staatlozen in Nederland.

Uitgebracht op 4 december 2013

De ACVZ is van oordeel dat Nederland zijn beleid voor staatlozen moet aanpassen. Nederland heeft de internationale verplichting staatlozen te beschermen en staatloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. Een deugdelijke vaststelling van staatloosheid vindt in Nederland echter niet plaats. Er moet een vaststellingsprocedure voor staatloosheid komen en er moet een verblijfsvergunning specifiek voor staatlozen in het leven worden geroepen. Alleen door verkrijging van een verblijfsvergunning kunnen erkende staatlozen in Nederland hun rechten uitoefenen. Ook de positie van in Nederland staatloos geboren kinderen vergt aandacht. Zij kunnen nu na drie jaar wettig verblijf het Nederlanderschap krijgen. De commissie is van oordeel dat dit in strijd is met het Verdrag tot Beperking der Staatloosheid. Volgens dit verdrag hebben alle kinderen die in Nederland staatloos geboren worden na uiterlijk vijf jaar verblijf recht op de Nederlandse nationaliteit, ook als zij hier niet rechtmatig verblijven.
Lees advies (PDF)

Kabinetsreactie
Ten tijde van het opstellen van dit jaarverslag was er nog geen kabinetsreactie ontvangen op dit advies.

Enkele overige reacties
NRC benadrukt in haar artikel dat het aantal mensen dat staatloos is onbekend is, en dat de ACVZ van mening is dat er een deugdelijke manier van vaststellen van staatloosheid moet komen. De Volkskrant, het dagblad Trouw en de Telegraaf benadrukken de aanbeveling van de ACVZ dat staatlozen in Nederland een recht op een verblijfvergunning moeten krijgen. Daarnaast melden de Volkskrant en de Telegraaf de specifieke problematiek die staatloze kinderen ervaren, en geeft Trouw een beeld van de internationale verplichtingen die Nederland heeft ten aanzien van staatloosheid. In een volgend artikel in Trouw bespreekt Laura van Waas de aanbevelingen van de ACVZ en concludeert zij dat een staatloze een betere behandeling verdient.
Het ACVZ-advies werd ook gepresenteerd tijdens het seminar ‘Bescherming en rechten van staatlozen in Nederland’ op woensdag 4 december 2013, georganiseerd door het College voor de Rechten van de Mens en UNHCR.
Overige media reacties op het advies waren te vinden bij Politalk.nl en Joop.nl

Advies biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen

(25 februari 2013)

Verwijzend naar haar eerdere advies over gebruik van biometrie in het vreemdelingenbeleid van 18 mei 2009, oordeelt de ACVZ in dit advies dat de voorgestelde wetswijzigingen op een voor de hand liggende wijze in het ontwerpbesluit zijn uitgewerkt. De commissie is wel van oordeel dat de voorgestelde regelingen eenvoudiger en uniformer kunnen worden opgesteld. Ten aanzien van kinderen in de asielprocedure wordt aanbevolen om aan te sluiten bij de leeftijdsgrens van zes jaar.
Lees advies (PDF)

Advies regeling langdurig verblijvende kinderen

(26 februari 2013)

De ACVZ is van oordeel dat het tegenwerpen van contra-indicaties aan andere gezinsleden op gespannen voet staat met het karakter van de overgangs- en de definitieve regeling. De beoordeling van de vraag of de vreemdeling ondanks contra-indicaties in aanmerking komt voor verblijf dient juist in het kader van de toetsing aan artikel 8 EVRM plaats te vinden. Omdat een deugdelijke toelichting op de regelingen ontbreekt, leidt dat tot onduidelijkheden en doet dit vragen rijzen over de verschillen in de voorwaarden en contra-indicaties die worden gehanteerd voor beide regelingen. Het gaat dan om onduidelijkheden ten aanzien van de overname van de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling of het gezinslid door andere Europese lidstaten, onduidelijkheden ten aanzien van de mogelijkheid tot identiteitsherstel en onduidelijkheden ten aanzien van het gehanteerde onderscheid tussen vluchtelingen die voorafgaande aan hun vlucht zijn gehuwd en vluchtelingen die na afloop van hun vlucht zijn gehuwd.
Lees advies (PDF)

Advies gezinsmigratie van ongehuwde partners

(3 april 2013)

De commissie neemt met instemming kennis van het ongedaan maken van het kabinetsvoornemen om gezinsmigratie voor ongehuwde partners in het kader van de aanscherping van de eisen van gezinsmigratie niet langer mogelijk te maken. De ACVZ beveelt aan om, rekening houdend met de gezinsherenigingsrichtlijn, de in het wetsvoorstel gebruikte term ‘geattesteerd’ nader toe te lichten en deze toelichting eveneens op te nemen in de Vreemdelingencirculaire 2000. Hoewel deze term aansluit bij de gezinsherenigingsrichtlijn artikel 4, derde lid, betreft het geen in de Nederlandse taal en het Nederlands vreemdelingenrecht algemeen gangbare term. De commissie beveelt verder aan om de voorwaarde, dat er sprake moet zijn van een duurzame en exclusieve relatie, niet te stellen ten aanzien van ongehuwde partners van langdurig ingezetenen dan wel deze voorwaarde als algemene voorwaarde van toepassing te laten zijn op alle ongehuwde partners door opneming in het Vreemdelingenbesluit 2000, bijvoorbeeld in artikel 3.14 Vb 2000.
Lees advies (PDF)

Advies verlenging naturalisatietermijnen en uitbreiding openbare ordetoets minderjarigen

(23 mei 2013)

Een aantal maatregelen wordt in dit wetsvoorstel aangekondigd.
Wat de voorgestelde verlenging van de algemene naturalisatietermijn van vijf naar zeven jaar betreft, mist de ACVZ een goede onderbouwing van de noodzaak van deze maatregel. De commissie wijst er verder op dat de thans bestaande algemene naturalisatietermijn van vijf jaar identiek is aan de verblijfstermijn van vijf jaar die geldt als voorwaarde voor permanent verblijf in Nederland.
Voor de vreemdeling die tenminste drie jaar gehuwd is met een Nederlandse partner wordt in het voorstel een naturalisatietermijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf gesteld. De ACVZ acht deze verzwaring van de voorwaarden verdedigbaar, maar wel dient in de toelichting meer concreet te worden gemotiveerd waarom het thans nodig is meer beperkingen op te leggen dan voorheen aan Nederlanders die met hun gezin in eigen land willen wonen.
Voor langer dan vijftien jaar in Nederland verblijvende echtgenoten van Nederlanders wordt de mogelijkheid om te opteren voor het Nederlanderschap geschrapt. Zij komen in aanmerking voor naturalisatie op grond van artikel 8 RWN, waarbij zij een naturalisatietoets dienen af te leggen. De commissie acht het invoeren van een naturalisatietoets met als voorwaarde een aantoonbare beheersing van de Nederlandse taal voor deze categorie personen niet onredelijk.
In het voorstel tot wijziging van de RWN wordt een openbare ordetoets ingevoerd voor kinderen van twaalf tot zestien jaar die worden medegenaturaliseerd of gebruik willen maken van een optie. Het is de commissie onduidelijk met welk doel de naturalisatie onthouden wordt en ze verwacht niet dat van de maatregel een preventieve werking zal uitgaan. De commissie adviseert om in de wettekst te omschrijven om welke categorieën ernstige misdrijven het feitelijk gaat, en ruimte te laten voor een individuele belangenafweging.
Lees advies (PDF)

Advies implementatie herziene Dublinverordening (EU nr. 604/2013)

(3 december 2013)

De adviescommissie beveelt hierin aan om in het Vreemdelingenbesluit 2000 nadere regels te stellen met betrekking tot de toepassing van het voorgestelde artikel 30, eerste lid, onder d Vw 2000, waardoor gewaarborgd wordt dat een asielaanvraag inhoudelijk kan worden beoordeeld indien overdracht van de vreemdeling aan een ander land, waar hij subsidiaire bescherming of een gelijkwaardige status geniet, een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM oplevert. Verder doet de ACVZ de aanbeveling om de verplichting tot toetsing aan de vereisten die opgenomen zijn in artikel 28, tweede lid, van de herziene Dublinverordening vast te leggen in de Vreemdelingenwet. Hiermee wordt beoogd te waarborgen dat de inbewaringstelling van Dublinclaimanten als ultimum remedium wordt gehanteerd en alleen plaatsvindt indien sprake is van een significant risico op ontduiking. Daarnaast beveelt de commissie aan om de memorie van toelichting met betrekking tot het persoonlijk gehoor te verduidelijken en aan te geven hoe is gewaarborgd dat dit onderhoud de rust- en voorbereidingstermijn respecteert.
Lees advies (PDF)

WERKPROGRAMMA 2014

Conform artikel 26 van de Kaderwet adviescolleges wordt jaarlijks een werkprogramma opgesteld.

Dit werkprogramma kunt u hier downloaden.

SAMENSTELLING COMMISSIE EN SECRETARIAAT ACVZ 2013

In 2013 bestond de commissie uit de volgende leden:

mr. A.C.J. van Dooijeweert (Adriana) (Voorzitter)
mr. dr. H.H.M. Sondaal (Hans) (Plv. voorzitter)
M.A. Beuving (Minze)
prof. mr. H. Battjes (Hemme)
prof. mr. P Boeles (Pieter)
mr. T.M.A. Claessens (Tom)
prof. dr. J.P. van der Leun (Joanne)
dr. mr. T. de Lange (Tesseltje)
dr. mr. C.R.J.J. Rijken (Conny)
drs. P. Stienen MA (Petra)
In 2013 bestond het secretariaat uit:

Secretaris mr. W.N. Mannens (Wolf)

Cluster advisering:

drs. S.A.A. Avontuur (Sonja)
mr. M.D. Belserang (Maggy)
mr. D.J. de Jong (David)
dr.N. Oudejans (Nanda)
R.W.J. Severijns LLM (Ralph)
drs. A.C. Vergeer (Sander)

Cluster informatie en documentatie:

G.M.B. van Aalst- van Adrichem LLM (Gerdie)

Cluster management ondersteuning:

M.J.M. van Leersum (Marianne)
H.M.S. Braat-Naber (Mieke)