Het Koninkrijk en de internationale bescherming van (asiel)migranten

Tekst signalering
19 maart 2019

Aanbiedingsbrief aan staatssecretarissen Knops en Harbers 19 maart 2019

De crisis in Venezuela leidt tot toenemende migratie naar Aruba, Curaçao en Bonaire. Wie is er verantwoordelijk voor de bescherming en opvang van deze migranten? Kunnen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden hierin samenwerken? De ACVZ beantwoordt deze vragen in haar signalering ‘Het Koninkrijk en de internationale bescherming van (asiel)migranten. Verdeling van verantwoordelijkheden en mogelijkheden tot samenwerking’. De signalering heeft een informatief karakter en bevat geen aanbevelingen.

Uit het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden volgt dat de landen een grote mate van autonomie hebben in het voeren van een eigen migratiebeleid en hier dus ook in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor zijn. De autonomie wordt begrensd door verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen en door wetten van het Koninkrijk (het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en Rijkswetten). Het Koninkrijk kan als uiterste middel ingrijpen als één van de landen bij de uitvoering van het migratiebeleid internationale regels niet nakomt of de mensenrechten schendt.

Er zijn voldoende mogelijkheden om als landen van het Koninkrijk samen te werken op het gebied van internationale bescherming en migratie. Dit gebeurt ook al op veel terreinen (zoals bijvoorbeeld grenstoezicht en vreemdelingendetentie), maar ten aanzien van internationale bescherming en opvang van migranten is de samenwerking nog van bescheiden omvang. Daarbij valt op dat de inzet van het land Nederland ten aanzien van de internationale bescherming en opvang van migranten in Aruba, Curaçao en Bonaire tot nu toe niet gerelateerd wordt aan de integrale migratieagenda van het kabinet-Rutte III.

Nadere informatie over dit rapport: Sonja Avontuur (senior adviseur) (06 46840908) s.a.a.avontuur@acvz.minvenj.nl