Kabinetsreactie op advies ‘Op zoek naar veilige(r) landen’

Volledig advies
5 februari 2018

Samenvatting en aanbevelingen
Kabinetsreactie
26 juni 2018

Hoofdlijnen advies

Lappendeken van lijsten veilige landen
Nederland volgt, net als andere EU lidstaten, zijn eigen koers in het al dan niet aanmerken van een herkomstland als veilig. Het ontbreken van een gemeenschappelijk aanvaarde interpretatie van ‘veilig land’ heeft binnen Europa geleid tot een onoverzichtelijke en moeilijk te verdedigen lappendeken van lijsten met veilige landen. Bovendien zijn er grote verschillen tussen de lidstaten in de behandelduur en uitkomsten van de asielprocedures. Omdat een ‘gelijk speelveld’ in de EU ontbreekt nodigt dat asielzoekers uit een veilig land feitelijk uit tot ‘asielshoppen’ in de EU. Daarom moet volgens de ACVZ ingezet worden op een geharmoniseerde EU definitie van ‘veilig land’ en een uniforme toepassing daarvan.

Krachtige drijfveren om te vertrekken
Uit het onderzoek is gebleken dat motieven voor personen om uit veilig aangemerkte landen te vertrekken zeer divers zijn en een krachtige drijfveer vormen voor migratie naar ‘Europa’. Die motieven komen bijvoorbeeld voort uit een gebrek aan perspectief in eigen land – armoede, werkloosheid, ongelijkheid – versterkt door gebrekkig bestuur en corruptie en zijn krachtiger dan de aantrekkingskracht van Nederland. Nederland is dan ook vaak niet de eerste bestemmingskeuze. Tijdens de reis ontstaan meer pullfactoren voor Nederland, die vaak zijn ingegeven door verhalen van landgenoten over Nederland.

Aanpak grondoorzaken migratie vergt inspanning op de langere termijn
Pushfactoren, de grondoorzaken voor migratie, zijn niet wezenlijk te beïnvloeden door een individueel land als Nederland. Aard en omvang van de problemen vergen een structurele gemeenschappelijke EU-aanpak, op een veel grotere schaal dan thans het geval is. Daarbij moet overigens rekening worden gehouden met het feit dat een verbetering van de (bestuurlijke en sociaaleconomische) omstandigheden in landen van herkomst gedurende een zekere periode leidt tot een vergrote interesse voor migratie. Het creëren van legale migratiekanalen (werk en beroepsopleiding) lijkt daarbij het aangewezen middel om de illegale migratie te helpen verminderen.

Kabinetsreactie

Uit de kabinetsreactie van 26 juni 2018 blijkt dat de door de ACVZ gesignaleerde knelpunten door het kabinet als reëel worden gezien en wordt het merendeel van de voorgestelde oplossingsrichtingen door het kabinet onderschreven. De reactie verwijst ook naar de reeds bestaande inzet van het kabinet waarbij specifiek de recent voorgestelde Integrale Migratieagenda en de brief over de aanpak van overlastgevende asielzoekers wordt genoemd.

Aanbeveling 1: Pak de grondoorzaken van migratie aan en overweeg legale migratiekanalen
Dit wordt grotendeels onderschreven door het kabinet. Gesteld wordt dat negatieve en positieve prikkels nodig zijn richting herkomstlanden voor effectieve terugkeer en preventie van irreguliere migratie. Ook wordt erop gewezen dat het kabinet een verkenning uitvoert naar de mogelijkheden voor beperkte studie- en arbeidsmigratie voor ingezetenen uit bepaalde landen. Het kabinet gaat niet in op het aanpakken van de grondoorzaken van migratie.

Aanbeveling 2: Zet in op een geharmoniseerde EU-definitie van veilig land en uniforme toepassing ervan
Deze aanbeveling wordt grotendeels onderschreven door het kabinet. Het kabinet verwijst naar voorstellen van de Europese Commissie voor de herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielstel (GEAS) die moeten leiden tot verdere harmonisering van opvang, procedures en uitkomsten alsmede tot vermindering van secundaire migratie en geeft aan dat Nederland die uitgangspunten steunt. Nederland is het met de Europese Commissie eens dat een gemeenschappelijke lijst van veilige landen in het belang is van harmonisatie en het tegengaan van secundaire migratie, maar de staatssecretaris verbindt daar wel een voorwaarde aan. Nederland vindt namelijk dat individuele lidstaten invloed zouden moeten hebben op de samenstelling van de EU-lijst, omdat iedere lidstaat zijn eigen regionale belangen hierin heeft. In hoeverre Nederland het afschaffen van nationale lijsten kan steunen, is met name hiervan afhankelijk.

Aanbeveling 3: Verkort de Dublinprocedure en/of doe meer zaken zelf af
Deze aanbeveling wordt volledig onderschreven door het kabinet. De lange procedures worden als zeer onwenselijk gezien. Mede omdat er veel overlastgevers in deze groep zitten verwijst het kabinet, in haar brief over overlast gevende asielzoekers, naar maatregelen om de Dublinprocedures te verkorten. Op Europees niveau steunt Nederland het voorstel van de Europese Commissie om in de voorgestelde herziene Dublinverordening de termijnen van de procedurele handelingen te verkorten. Het kabinet benadrukt dat de aanbeveling, om waar mogelijk te kiezen voor het zelf afdoen van zaken in het versnelde spoor 2 in plaats van in de Dublinprocedure, conform kabinetsbeleid is voor landen waarnaar terugkeer op korte termijn kan plaatsvinden.

Aanbeveling 4: Versterk de inzet op terugkeer. Bied maatwerk inreisverboden en terugkeerondersteuning
Deze aanbeveling wordt deels onderschreven door het kabinet. Het kabinet is het eens met het deel van de aanbeveling dat gaat over het inzetten op terugkeerafspraken in EU-verband met derde landen. Daarentegen is wordt de aanbeveling om maatwerk toe te passen bij het opleggen van inreisverboden niet onderschreven en wordt er niet ingegaan op het onderwerp terugkeerondersteuning.

Aanbeveling 5: Richt informatiecampagnes in, ook op personen die al onderweg zijn
Deze aanbeveling wordt onderschreven. Verwezen wordt naar de brief over de Integrale Migratieagenda waarin staat dat het kabinet werkt aan de inzet van campagnes om bewustwording over het migratieproces, de daarmee gepaard gaande risico’s en mogelijke alternatieven, te bevorderen. Deze aanbeveling wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de campagne en net als de evaluatie van de recente informatiecampagne in Albanië.

Nadere informatie over dit advies: Huub Verbaten (06-46999891) h.verbaten@acvz.minvenj.nl